Doelgroep, indicaties en contra-indicaties CBAW

Contextbegeleiding in functie van Autonoom Wonen (CBAW) is bedoeld voor jongeren (17-21 jaar) met een verhoogd risico om thuisloos te worden, die nood hebben aan een stabiele thuissituatie. Deze jongeren hebben problemen op verschillende domeinen. Ze worden vaak gekenmerkt door:

  • Een beperkt sociaal netwerk, waardoor ze niet of nauwelijks kunnen terugvallen op familieleden of andere personen die sociale ondersteuning kunnen bieden;
  • Onvoldoende vaardigheden op zelfstandig te kunnen functioneren, al dan niet in combinatie met probleemgedrag.
  • Onvoldoende mogelijkheden, vaardigheden en steun om de weg te vinden naar maatschappelijke voorzieningen op het gebied van bijvoorbeeld huisvesting, onderwijs, werk en uitkeringen.
  • Veelal is er sprake van een combinatie van deze kenmerken.
  • Vaak hebben ze een lang parcours in de Vlaamse Jeugdzorg doorlopen
Indicaties voor ‘LA VIE’
Een jongere komt in aanmerking voor ‘LA VIE’ wanneer één of meer van de volgende criteria op hem of haar van toepassing zijn.
  1. Er is geen stabiele gezinssituatie die met reguliere pedagogische thuishulp kan worden versterkt.
  2. Er is sprake van een labiele of onvolledige gezinsachtergrond.
  3. Er is sprake van een ernstig risico op thuisloosheid.
  4. Er is sprake van ernstige gedragsproblemen.
  5. Er is sprake van een beschadigde verbinding met het sociaal netwerk van de jongere.
  6. De jongere woont (of gaat wonen) in het arrondissement Gent (Aalter, De Pinte, Deinze, Destelbergen , Evergem, Gavere, Gent, Knesselare, Lochristi, Lovendegem , Melle, Merelbeke, Moerbeke-Waas, Nazareth, Nevele, Oosterzele , Sint-Martens-Latem, Waarschoot, Wachtebeke, Zomergem en Zulte) of  in het arrondissement Eeklo (Assenede, Eeklo, Kaprijke, Maldegem, Sint-Laureins en Zelzate)
Contra-indicaties voor ‘LA VIE’
  1. Er onvoldoende afspraken zijn om de veiligheid van de contextbegeleider te waarborgen;
  2. Psychiatrische problemen, zwakbegaafdheid of verslavingsproblematiek van die aard dat samenwerking niet mogelijk is .
  3. De anderstaligheid van de jongere een zodanig obstakel vormt dat een kwalitatieve intensieve samenwerking onmogelijk is.
Een goede, correcte aanmelding is belangrijk, want niemand is gebaat bij een ongeschikte hulpverleningsvorm. Bekijk daarom de lijst met indicaties en contra-indicaties grondig. Bij twijfel kun je ons uiteraard raadplegen.