IKT (Intensieve Kortdurende Thuisbegeleiding)
Naar de startpagina Klik op het icoontje om naar de startpagina te gaan..
  Laatste update van deze pagina: 01-02-12

In deze pagina kunt u doorklikken naar:


1. Omschrijving IKT – grondwaarden, missie en doelstellingen

IKT is een kortdurende, intensieve, mobiele vorm van thuisbegeleiding van maximum 6 maanden voor gezinnen met kinderen tussen 0 en 18 jaar die zich in een problematische leef- en/of opvoedingssituatie bevinden.

Grondwaarden. Naast het onderschrijven van het Universele verdrag inzake de rechten van de mens, het internationaal Verdrag inzake de rechten van het Kind en het decreet betreffende de Rechtspositie van de Minderjarige in de integrale jeugdhulp, zijn er een aantal fundamentele overtuigingen met betrekking tot de opvoeding in en draagkracht van het gezinssysteem en van de individuele gezinsleden.

  • Kinderen groeien best op in een gezin.
  • De veiligheid van de minderjarige(n) in het gezin staat voorop.
  • Alle mensen hebben de mogelijkheid om te veranderen, maar we kunnen nooit voorspellen welke situaties het meest ontvankelijk zijn voor verandering.
  • Het is onze hoofdopdracht om gezinsleden aan te spreken op hun capaciteiten en die mee te versterken.
  • We respecteren de normen en waarden van de gezinnen waarmee wij werken.
  • Intensieve kortdurende thuisbegeleiding is een fundamenteel emancipatorisch hulpverleningsmodel: flexibele en cliëntgerichte hulpverlening.
  • Gezinsleden zijn coproducent van de hulpverlening en ze doen hun uiterste best.

IKT richt zich op gezinssystemen waar door maatschappelijke, individuele en/of relationele problemen de dynamiek in het gezin spaak loopt, de ontplooiing van één of meer individuen in het gedrang komt en de toekomstperspectieven voor het gezin vernauwen.

IKT is gericht op het hele gezin én zijn context: het cliëntsysteem. De competenties van het cliëntsysteem zijn daarvoor het uitgangspunt.

Het doel van de IKT is drieërlei.

  • Het zodanig verbeteren van het gezinsklimaat dat de minderjarige er veilig kan opgroeien en zich kan ontwikkelen (en een mogelijk uithuisplaatsing van één of meerdere minderjarigen te vermijden).
  • Het vergroten van de opvoedkundige- en sociale vaardigheden van de om beter gebruik te (leren) maken van hulpbronnen (formele en informele) in hun sociale omgeving.
  • In overleg gaan – in samenspraak met de verwijzende instantie - met de verschillende hulpverleningsvormen binnen het gezin ter optimalisering van het doelstellingenplan.

De bedoeling is de draaglast van het gezin te verkleinen en de draagkracht te vergroten.

Naar boven

2. Beschrijving van de maatschappelijke behoefte en de doelgroep

Maatschappelijke behoefte: het gezin, hetzij de aanmelder schat in dat de gezinssituatie zo niet verder kan en dat een IKT noodzakelijk is.

IKT richt zich op gezinssystemen met minderjarigen waar door maatschappelijke, individuele en/of relationele problemen de dynamiek in het gezin spaak loopt, de ontplooiing van één of meer individuen in het gedrang komt en de toekomstperspectieven voor het gezin vernauwen.

De doelgroep van IKT is de volgende.

  1. Gezinnen met minderjarigen met meervoudige problemen waaronder minstens een ernstige opvoedingsproblematiek. Deze meervoudige problemen kunnen te maken hebben met bv individuele problematiek bij kinderen en/of ouder(s) (ontwikkelingsproblematiek, psychiatrische problematiek bv KOPP-gezinnen, enz.) alsook met het vormgeven van andere gezinstaken als huishouden / verzorging, financiën, maatschappelijk functioneren, partnerrelatie of het individueel functioneren van de ouders(s) en / of het kind(eren). Het chronisch verstoorde evenwicht tussen de draaglast en draagkracht van het gezin maakt het noodzakelijk dat orthopedagogische interventies gebeuren. Vaak zijn het die gezinnen die van de ene crisis naar de andere gaan.
  2. Gezinnen waar opvoedkundige- en sociale vaardigheden intensief dienen getraind te worden.

Contra-indicaties voor IKT zijn:

  • de veiligheid van de minderjarige(n), van eén of meer gezinsleden en de gezinsbegeleider kan niet worden gewaarborgd;
  • de problemen in het gezin zo ernstig zijn dat ze alleen door een uithuisplaatsing kunnen opgelost worden;
  • de beslissing tot uithuisplaatsing is al genomen;
  • de mentale handicap van ouders / kinderen is van die aard dat meer gespecialiseerde hulpverlening aangewezen is.

3. Wetenschappelijke onderbouw van het gekozen model IKT

Als model voor IKT kozen we voor het basismodel van ‘intensieve pedagogische thuishulp’. Dit basismodel werd ontwikkeld op basis van heel wat wetenschappelijk onderzoek en kent in Nederland een basisopleiding waar alle tot dan toe vergaarde kennis en expertise werd samengevoegd in een nieuwe basisopleiding intensieve pedagogische thuishulp. De opleiding intensieve pedagogische thuishulp is ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (nu NJI), adviesbureau voor jeugdzorg en jeugdbeleid Collegio, in samenwerking met een viertal hogescholen en een viertal eigenaren van bestaande methodieken.

De theoretische onderbouw van het gekozen model voor IKT is gebaseerd op zowel systemische elementen (o.a. basishoudingaspecten en de kracht van de relatie), leertheoretische elementen (competentiegericht, doelgericht en gedragsmatig werken), elementen uit de communicatietheorie (o.a. basiscommunicatie en de mogelijkheid van video feedback) en elementen uit de korte oplossingsgerichte theorie (oplossingsgerichte vragen; schaalvragen en wanneer wenselijk ook veiligheids- en welzijnsanalyses).

IKT werkt in het gezin van de aangemelde minderjarigen en bij voorkeur met alle aanwezige gezinsleden en eventueel andere betrokken context. Het uitgangspunt zijn de problemen die het gezin zelf ervaart.

De aanpak van IKT is gebaseerd op het competentiemodel. Dat wil zeggen dat de veiligheid en de competentie van gezinsleden enerzijds vergroot wordt door taakverlichting en het inzetten van het eigen netwerk van het gezin (voor zover aanwezig), en anderzijds doordat gezinsleden zich nieuwe vaardigheden en gedrag eigen maken.

Taakverlichting moeten de gezinsleden in eerste instantie voldoende ruimte geven om deze vaardigheden te leren en nieuw gedrag te ontwikkelen, zodat het gezin later zelf weer in staats is taken waar het voor staat uit te voeren. De nieuw te leren vaardigheden en gedragingen zijn er uiteindelijk op gericht het opvoedingsgedrag van de ouders zodanig te verbeteren dat de ouders het kind of de kinderen voldoende veiligheid kunnen bieden.

Sociale netwerkbenadering wordt gebruikt ter versterking en voor de opbouw van het persoonlijke en sociale netwerk (kan onder andere een functie hebben bij taakverlichting).

De aanpak voor het leren van nieuw gedrag maakt gebruik van de principes uit de operante, de cognitieve en de sociale leertheorie en uit de zelfmanagementtheorie.

De leertheoretische principes en interventies uit de genoemde theorieën worden concreet benut om de gezinsleden ander gedrag aan te leren en cognities en emoties te beïnvloeden waarmee ouderlijke vaardigheden versterkt worden en de veiligheid van de kinderen in het gezin vergroot wordt.

Om de invloed van (de dynamiek) van onderlinge relaties in het gezin te analyseren en te benutten, dan wel te veranderen maakt intensieve kortdurende thuisbegeleiding gebruik van het systeemdenken.

Binnen IKT wordt de communicatietheorie gebruikt om communicatie en communicatiepatronen te herkennen.

Vervolgens is het basismodel is multimethodisch van aard. Het integreert kenmerken van volgende methoden welke aantoonbaar evidence based zijn nl. Families First (waarop o.a. Crisishulp aan Huis is gebaseerd), de Intensief Orthopedagogische Gezinszorg, Hometraining, de Directieve Thuisbehandeling en de Orthopedagogische Video-gezinsbehandeling.

Verder blijkt uit verschillende onderzoeken dat IKT tal van werkzame ingrediënten bevat zowel naar de aard van de activiteiten toe als naar de basisingrediënten.

Naar boven

4. Uitgangspunten en kenmerken van de hulpverlening van de intensieve kortdurende thuisbegeleiding

Onze uitgangspunten en de kenmerken van onze hulpverlening zijn niet absoluut, maar moeten voortdurend tegenover elkaar worden afgewogen.

4.1. Context- en gezinsgericht werken

Dit betekent dat we rekening houden met de gehele context van de aangemelde persoon (en desgevallend met het gehele cliëntsysteem).

Voor IKT betekent dit dat we kijken naar het gezin als systeem , met rollen, posities,coalities en interactiepatronen. Tegelijk is het gezin onderdeel van een breder systeem. IKT heeft voortdurend oog voor de wederzijdse beïnvloeding die plaatsvindt tussen de gezinsleden, maar ook tussen de gezinsleden en personen inde omgeving van het gezin. Onze begeleiding is gericht ondermeer op het benadrukken en verbeteren van positieve, door cliënten/ gezin gewenste, vormen van interactie.

Opvoedings-, gezins- en leefproblemen worden benaderd vanuit hun context. Dit wil zeggen dat we op zoek gaan naar de betekenis van deze problemen binnen hun totale context. Vanuit deze visie is het handelen van de begeleider niet enkel gericht op het wegwerken van probleemgedrag, maar ook en vooral op het begeleiden en bijsturen van het totale functioneren van de context.

Informatie laten circuleren tussen alle betrokken partijen is uiterst belangrijk: Bij het begeleidingsproces zijn, naast de cliënt, ook andere partners betrokken. Ook na de afronding van de begeleiding kunnen/zullen die partners nog een rol spelen. De begeleiders betrekken hen bij de hulpverlening en wisselen de nodige informatie uit. Dit gebeurt steeds in overleg met de cliënt en het cliëntsysteem. De cliënt en het cliëntsysteem zijn bij voorkeur aanwezig bij elk overleg met andere hulpverleners. Indien niet worden ze minimaal op de hoogte gehouden van elk overleg en elke actie met andere hulpverleners en eventueel derden. De informatie van de cliënt en het cliëntsysteem wordt met veel zorg en respect behandeld.

Een onderdeel van de context is het intergenerationeel perspectief. Het vormt een zeer belangrijke sleutel tot het begrijpen van de problematiek en het realistisch inschatten van de mogelijkheid tot groei en verandering. De psychische en morele erfenis mag niet begrepen worden als volledig determinerend voor de mogelijkheden en kansen; er moet wel rekening mee gehouden worden bij het opzetten van een doelstellingenplan.

4.2. Cliënt- en vraaggericht werken

‘Cliëntgericht werken’ betekent dat het cliëntsysteem beschouwd wordt als coproducent van de hulpverlening. Dit impliceert dat cliënten door IKT worden betrokken bij het gehele hulpverleningsproces, dat ze als volwaardige partners worden erkend en dat de nog aanwezige draagkracht en inzet worden benoemd.

Maatzorg is uiterst belangrijk. Dit doet IKT door vraaggericht te werken alsook te vertrekken bij de krachten en potenties die in het cliëntsysteem aanwezig zijn. ‘Vraaggericht werken’ betekent dat de vragen en doelstellingen van de cliënt (cliëntsysteem) centraal staan. De hulpverlening zal hierop worden afgestemd, rekening houdend met de doelstellingen zoals bepaald door de verwijzer en de inzichten en doelstellingen van de gezinsbegeleider.

Dit houdt in dat we in onze hulpverlening het tempo aanpassen binnen het methodisch kader aan het cliëntsysteem en we ons flexibel opstellen, zowel naar het aanbod als naar de wijze waarop de hulpverlening verloopt.

4.3. Emancipatorisch en participatief werken

Onze interventies zijn gericht op empowerment en responsabilisering van het gezin / de gezinsleden.

We doen dit omdat uit een meta-analyse naar de effecten van een aantal progamma’s die zich richten op ouders in het kader van preventie van uithuisplaatsing blijkt, dat interventies gericht op empowerment-, respectievelijk een op eigen kracht gerichte benadering de veiligheid van het kind meer vergroten dan interventies die een dergelijke benadering niet gebruiken (Mac Leod, J., en Nelson, G., 2001).

Deze gegevens komen overeen met de conclusies uit overzichten van effectieve gezinsgerichte aanpakken bij het voorkomen van en reageren op ernstige gedragsproblemen (Bartels, Schuursma en Slot, 2001; Bol, 2002). In deze overzichten wordt onder andere geconcludeerd dat over het algemeen gezins- en systeemgerichte interventies waarbij hulpverleners gedragsmatig werken en op een flexibele manier gebruik maken van verschillende strategieën en technieken, het meest effectief zijn. Alsook blijken intensieve interventies gericht op het bereiken van concrete doelen en het versterken van de competentie van gezinsleden het meest effectief te zijn, met name als ze gelijktijdig worden uitgevoerd in meerder contexten.

‘Emancipatorisch werken’ betekent dat onze hulpverlening gericht is op het verhogen van zelfredzaamheid en op het versterken van de individuele en maatschappelijke weerbaarheid, zodat de afhankelijkheid van hulpverlening tot een minimum herleid wordt.

Dit betekent ook dat wij hun recht op zelfbeschikking respecteren en hen aanspreken op hun verantwoordelijkheid, hen stimuleren hun vaardigheden in te zetten waar dat nodig is.

Zelfredzaamheid heeft echter zijn grenzen. Indien nodig kunnen ondersteunende factoren geïnstalleerd worden wanneer blijkt dat de jongere of het gezin niet over voldoende vaardigheden beschikt om zich te handhaven in de samenleving.

‘Emancipatorisch werken’ sluit niet uit dat tijdens de begeleiding een vorm van sturing en aanklampendheid noodzakelijk is om een goed evenwicht te vinden tussen het maatschappelijk wenselijke en het verlangen van de jongere of het gezin.

Participatief werken is mensen meer vat geven op hun eigen leven door hen in staat te stellen om mee te denken, mee te praten (inspraak) en vooral om mee te beslissen over de zaken die voor hen van belang zijn. Zie ook het Kinderrechtenverdrag: “…garanderen dat het kind (de jongere) in staat is zijn/haar eigen mening te vormen, het recht heeft die mening vrij te uiten ten aanzien van alle zaken die het kind (de jongere) aangaan, waarbij aan zijn/haar mening die waarde wordt gehecht die overeenstemt met de leeftijd en rijpheid.”

‘Participatief werken’ vereist een open, eerlijke en doorzichtige communicatie en manier van werken, enerzijds met respect voor de rechten van de betrokkenen, anderzijds met veel discretie in het omgaan met vertrouwelijke informatie. Soms moeten ‘moeilijke boodschappen’ een plaats krijgen in het hulpverleningsproces. Het is onze taak de cliënten te wijzen op de mogelijke gevolgen van hun keuzes en hen te wijzen op maatschappelijke perspectieven en plichten.

In dit kader is de hulpverlening gericht op vaardigheidstraining en op het bieden van concrete hulp.

De gezinsbegeleider geeft aangepaste informatie en leert de gezinsleden vaardigheden die hen de kans geven om hun leven meer in handen te krijgen. Daarnaast is de hulp concreet en is zowel psychosociaal als praktisch van aard telkens gerelateerd aan de doelstellingen en erop gericht dat gezinsleden zich vaardigheden eigen maken zodat zij zelf verder kunnen.

Naar boven

4.4. Aanklampend werken

‘Aanklampend werken’ houdt in dat we kansen blijven aanreiken, maar ook dat we het hulpverleningsproces niet loslaten maar mee sturen. Aanklampend werken heeft grenzen. Zonder een minimaal engagement van de cliënt biedt aanklampend werken binnen het hulpverleningsproces geen meerwaarde.

4.5. Doelgericht, planmatig en methodisch werken

IKT kent een duidelijk gefaseerd begeleidingsverloop. Deze voorspelbaarheid is belangrijk voor alle betrokken partijen. Voor de gezinnen betekent de voorspelbaarheid betrouwbaarheid en dus nieuw vertrouwen in hulpverlening; verwijzers kennen het traject van de gezinsbegeleiding en weten op voorhand op welke manier en op welke momenten zij betrokken worden in de begeleiding. Gezinsbegeleiders krijgen een minimum aan bakens die een houvast zijn in een intensieve en vaak onvoorspelbare begeleiding.

De begeleiding bevat volgende stappen: aanmeldingsgesprek, eerste huisbezoek, intakefase resulterend in een doelstellingenplan (SMARTIE opgesteld), werkfase 1, tussentijdse evaluatie en overleg met de verwijzer, werkfase 2, inschatten van de nood aan vervolghulp en afronding van de begeleiding, alsook een eindevaluatie met verwijzer en gezin.

IKT wordt als volgt gefaseerd.

  • De consulent brengt het cliëntsysteem op de hoogte van de start(datum) van de intensieve kortdurende thuisbegeleiding en van de naam van de gezinsbegeleider.
  • De startdatum is de datum waarop het eerste gesprek doorgaat met het cliëntsysteem, de consulent en de gezinsbegeleider. De onderwerpen van deze startbijeenkomst zijn: kennismaking, een voorstelling van IKT, de problematiek van het cliëntsysteem, de doelstellingen van de consulent en samenwerkingsafspraken.
  • De intakefase is de periode van de eerste 4 weken na de startdatum. De gezinsbegeleider tracht de hulpvragen van het cliëntsysteem, de verwachtingen van de consulent, de doelstellingen, de werkwijzen en afspraken over het verloop van de begeleiding af te stemmen.
  • Voor het einde van de intakefase (ten laatste de 4de week vanaf de startdatum) maakt de gezinsbegeleider een doelstellingsplan op dat besproken wordt in een gezamenlijk overleg met de consulent en het cliëntsysteem. Belangrijk in het kader van effectiviteit en efficiëntie is de meetbaarheid van de hulpverleningsdoelen. Hulpverleningsdoelen zijn doelen geformuleerd door de cliënt die we trachten af te stemmen op de doelen van de verwijzende instantie. De hulpverleningsdoelen worden geformuleerd in termen van een beoogd effect of resultaat, zodat kan worden waargenomen of er positieve verandering in de gezinssituatie optreedt.
  • Ten laatste in de 10de week evalueert de gezinsbegeleider een eerste maal samen met het cliëntsysteem de tussentijdse evolutie in het behalen van de geformuleerde doelstellingen.
  • Ten laatste in de 16de week evalueert de gezinsbegeleider een tweede maal samen met het cliëntsysteem en bij voorkeur samen met de consulent de evolutie in het behalen van de geformuleerde doelstellingen. Op basis hiervan wordt een schriftelijk verslag opgemaakt.
  • Ten laatste in de 20ste week vindt er wederom een tussentijdse evaluatie plaats waarbij de gezinsbegeleider samen met het cliëntsysteem de evolutie in het behalen van de geformuleerde doelstellingen bespreekt.
  • Ten laatste 6 maanden na de startdatum vindt de eindevaluatie plaats. Op deze eindevaluatie evalueert de gezinsbegeleider samen met het cliëntsysteem en de consulent de begeleiding en de evolutie in het behalen van de geformuleerde doelstellingen. Op basis hiervan wordt een eindverslag opgemaakt, waarbij indien nodig een advies naar vervolghulp geformuleerd.

Methodisch gezien borduurt het basismodel voort op een basismethodiek met vijf repeterende stappen; kennismaken, info & analyse, werkplan maken, werkplan uitvoeren en evalueren. De invulling van deze fasen is zeer vraaggericht.

Naar boven

4.6. Werken met interne regie

IKT werkt met een krachtige, interne regie bij het uitvoeren van het programma/de methodiek. Dit omdat dit enerzijds sterk bepalend is voor de resultaten en de kwaliteit van het uitgevoerde programma, maar anderzijds ook omdat er vaak in onvoorspelbare situaties wordt gewerkt, dat het traject een heel belangrijke houvast vormt voor de gezinsbegeleiders.

Daarnaast blijft IKT in heel nauw contact met de externe regisseur (= de verwijzer) zodanig dat ook de verwijzer een goed zicht blijft houden op de ontwikkelingen in het gezin. De verwijzer wordt betrokken op het moment van aanmelding, opstart, tussentijdse evaluatie, eindevaluatie en tussendoor indien nodig. Ook voor de gezinnen betekent het vaste traject voorspelbaarheid en betrouwbaarheid.

2.4.7. Intensiteit en beperkte caseload

De intensiteit is afhankelijk van de nood van het gezin (vraaggestuurd), doch het aantal contacturen (face – to - face en telefonisch contacten met de gezinsleden) bedraagt gemiddeld 4 uur per week.

De caseload wordt beperkt tot maximaal 5 gezinnen voor een fulltime gezinsbegeleider: Deze caseload maakt het mogelijk dat de gezinsbegeleider de noodzakelijke flexibiliteit en intensiteit van hulpverlening kan garanderen.

4.8. Werken met diverse expertise – multidisciplinair werken

Binnen de eigen organisatie is het mogelijk om diverse expertise te raadplegen. Medewerkers zijn qua opleiding divers geschoold en ook naar vervolgopleidingen toe houden we hier rekening mee.

Anderzijds zullen we ook regelmatig beroep op de expertise van externe organisaties zoals het VK, een psychiatrisch consult bij CGGZ’s, de Huurdersbond, CLB’s, enz.

Via vormingen/trainingen rond bepaalde thema’s wordt regelmatig expertise ingekocht.

4.9. Werken met procedures in functie van veiligheid

IKT werkt zoveel mogelijk met procedures die de veiligheid van de cliënten, gezinsbegeleiders en anderen zoveel als mogelijk beschermen.

In gezinnen waar uithuisplaatsing van één of meer kinderen dreigt, loopt de veiligheid van de kinderen (meestal) gevaar. Hierbij wordt uitgegaan van één van de volgende criteria: ruimte om op korte en langere termijn beschermd te wonen, regelmaat in het leven van alle dag, waarborgen van de lichamelijke en psychische veiligheid, opvoeding gericht op leren en ontwikkeling, voldoende ondersteuning vanuit het sociale netwerk.

De bedreiging van de veiligheid van het kind hangt samen met tekortschietende opvoedingsvaardigheden van ouders. Daarnaast worden de ouders geconfronteerd met andere problemen (individuele problematiek, dagelijkse stress, relatieproblemen, …) die het uitvoeren van opvoedingstaken bemoeilijken. Ook gedragsproblemen van het kind kunnen de ouders voor specifieke problemen plaatsen, waarvoor hun vaardigheden tekortschieten. Beschermende factoren rond ouders, zoals het hebben van een steunend sociaal netwerk, zijn onvoldoende aanwezig of worden onvoldoende benut.

Naast de aanpak met betrekking tot veiligheid zijn aangepaste procedures en specifieke training zijn noodzakelijk en deze worden voorzien.

Het bewaken van de veiligheid van de cliënten, gezinsbegeleiders en anderen behoort tot een vast agendapunt van de werkbegeleiding waar de werkbegeleider en de gezinsbegeleider de inhoud en het proces van lopende begeleidingen bespreken. Werkbegeleiding gebeurt op permanente basis, via vaste afspraken en indien nodig via ad-hoc consultatie.

Naar boven

5. Uitgangspunten samenwerking met de verwijzende instanties en aanmeldingen

De verwijzer neemt in onze hulpverlening een belangrijke plaats in. Zijn/haar rol is vaak gedifferentieerd.

Allereerst doet de verwijzer de maatschappelijke toetsing en beoordeelt de noodzakelijkheid van de hulpverlening. Daarna zoekt de verwijzer de meest geschikte hulpverlening voor de cliënt. Vervolgens kijkt de verwijzer welke hulpverlening (die het nauwst aansluit bij de meest geschikte hulpverlening) beschikbaar is.

Na de aanmelding wordt de verwijzer onze samenwerkingspartner voor de hulpverlening.

Gezien de begeleidingsplicht voor de werkvorm 'Thuisbegeleiding' gaan we in op elke vraag van de verwijzer, voor cliënten waarbij de verwijzer oordeelt dat IKT het meest aangewezen is.

Hierbij willen we toch enkele nuanceringen maken.

  • Bij de start van de begeleiding vinden we het belangrijk om verduidelijking te vragen over de werkvormkeuze (IKT), over de motivatie van de cliënt, over diens hulpvraag; en de hulpverleningsgeschiedenis.
  • Gedurende de begeleiding willen we de begeleidingsplicht in vraag stellen indien de veiligheid van de begeleider of de veiligheid van de minderjarige in het gedrang komt.
  • Ook indien duidelijk wordt dat de problematiek onze opdracht overstijgt, zullen we de begeleidingsplicht in vraag stellen.

In onze hulpverlening werken we in en met de triade cliënt/begeleider/verwijzer. De verwijzer kan meer dwingend het maatschappelijk perspectief (telkens opnieuw) inbrengen en de maatschappelijke noodzaak bewaken. De begeleider werkt zowel met de beleving en de hulpvragen van de cliënt als met de opdracht van de verwijzende instantie.De begeleider positioneert zich als derde partij en is noch het verlengstuk van de cliënt, noch van de verwijzende instantie.

Vanuit deze positie streven we een goede samenwerking met de verwijzer na, waarbij we elk vanuit de eigen expertise een inbreng doen in functie van een kwalitatieve en gepaste hulpverlening voor de cliënt en zijn gezin. Samenwerken met de verwijzer vereist een open, eerlijke en doorzichtige communicatie en een manier van werken met respect voor elkaars positie. In ons begeleidingswerk houden we eraan de verwijzer deelgenoot te maken van het proces door hem veelvuldig te informeren en ingrijpende beslissingen na overleg en in samenspraak met de verwijzer te nemen.

Het is niet onbelangrijk te vermelden dat onze verplichting tot informatieverstrekking beperkt is tot kwesties met betrekking tot de strikte opdracht en/of de opgelegde maatregel.

Aanmeldingen

Enkel Comités Bijzondere Jeugdzorg en jeugdrechtbanken kunnen beroep doen op intensieve kortdurende thuisbegeleiding. Dit kan niet rechtstreeks maar enkel via de ‘Centrale Wachtlijst’. Thuisbegeleiding meldt vacante plaatsen aan de Centrale Wachtlijst.

In overeenstemming met de afspraken die met de verwijzende instanties betreffende thuisbegeleiding werden gemaakt geldt de volgende procedure.

De consulent brengt het cliëntsysteem op de hoogte van de start(datum) van de begeleiding en van de naam van de gezinsbegeleider.

De startdatum is de datum waarop het eerste gesprek doorgaat met het cliëntsysteem, de consulent en de gezinsbegeleider.

Naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met vragen of opmerkingen over deze pagina kunt u zich richten tot webmaster@decocon.be